Ga naar inhoud

Meester in Tijdsplanning2 vmbo-b

Bespaar tijd op je voorbereiding met dit wiskundewerkblad over tijdsplanning voor 2 vmbo-b. De 6 opdrachten met open vragen en berekeningen helpen leerlingen de zestigtallige tijdrekening onder de knie te krijgen; print het direct uit of pas het aan naar wens.

Werkblad

Meester in Tijdsplanning

Wiskunde · 2e jaar Vmbo-b

Deepdive: Rekenen met tijd en planning

Wanneer je tijd rekent, is het belangrijk om te onthouden dat een uur uit 60 minuten bestaat, niet uit 100. Ons talstelsel gebruikt het tientallige stelsel, maar tijd werkt volgens een zestigtallig stelsel. Dit kan in het begin lastig zijn als je probeert normaal te rekenen. Daarom gebruiken we de tijdslijn-methode: je tekent een lijn waarop je stappen zet naar het hele uur en daarna naar de gewenste eindtijd. Zo voorkom je rekenfouten en houd je precies overzicht over het verloop van de tijd.

Vraag 1

Bekijk onderstaande planning voor een treinreis van Amsterdam naar Groningen met drie treinen:

1. Vertrek Amsterdam Centraal: 08:15 uur – Aankomst Amersfoort: 08:50 uur.

2. Vertrek Amersfoort: 09:05 uur – Aankomst Zwolle: 09:40 uur.

3. Vertrek Zwolle: 09:55 uur – Aankomst Groningen: 10:45 uur.

Bereken de totale reistijd van de gehele reis, inclusief de overstaptijden in Amersfoort en Zwolle. Schrijf je berekening op.

Vraag 2

Stel je voor: je kijkt naar een film die begint om 22:45. De film duurt precies 1 uur en 35 minuten. Bereken hoe laat de film eindigt, wetende dat dit de volgende dag is. Laat je berekening zien in kleine stapjes.

Stap 1:
Stap 2:
Stap 3:
Stap 4:
Eindantwoord:

Vraag 3

Een atleet loopt de 400 meter in 50 seconden en 45 honderdsten (50,45 seconden). Om het toernooirecord te verbreken, moet de atleet de afstand afleggen in exact 49 seconden en 80 honderdsten (49,80 seconden). Bereken hoeveel seconden de atleet sneller moet zijn om dit record te verbreken.

Antwoord:seconden

Vraag 4

Tijdens een lokale sportdag werden de tijden van vijf deelnemers op de 5000 meter hardloopwedstrijd bijgehouden. Zet de volgende prestaties in de juiste volgorde, van de snelste naar de langzaamste tijd.

Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:

18 minuten en 42 seconden
0,35 uur
19 minuten en 5 seconden
0,32 uur
20 minuten en 15 seconden

Vraag 5

Voor het schoolfeest in de aula heb je een schema nodig. Het feest duurt in totaal precies 4 uur. We beginnen om 19:00 uur. Het programma bestaat uit drie delen:

  • Inloop en ontvangst: 30 minuten
  • Optreden van een lokale band: 90 minuten
  • Disco met DJ: De resterende tijd

Bereken voor elk onderdeel de begintijd en de eindtijd. Geef je antwoord in een duidelijk overzicht.

Vraag 6

We rekenen normaal gesproken in een tientallig stelsel (het 100-tallige stelsel). Bij tijdrekenen gebruiken we echter een 60-delig stelsel (zestigtallig), bijvoorbeeld bij het berekenen van het tijdsverschil tussen twee momenten op een dag.

Leg uit waarom het rekenen met tijd (bijvoorbeeld 1 uur en 45 minuten plus 30 minuten) lastiger is dan een simpele som zoals . Gebruik in je uitleg een concreet rekenvoorbeeld en laat zien waar het vaak misgaat.

Dit werkblad, mét antwoorden, in je eigen omgeving

Maak een gratis account en dit werkblad staat direct voor je klaar: antwoordmodel erbij, elke vraag aanpasbaar en te downloaden als Word of PDF.

Meer werkbladen wiskunde

FAQ

Vragen over de werkbladen

Ja. Alle openbare werkbladen zijn gratis te gebruiken in je les. Wil je het werkblad downloaden als Word of PDF, of de antwoorden bekijken, dan maak je een gratis LesLoket-account aan.