Verdieping: Meetkundige puzzels met hoeken
Wiskunde · 1e jaar Vwo
Verdieping: Meetkundige puzzels met hoeken in driehoeken
Stel je voor dat je een hoek in een driehoek moet berekenen, maar dat de informatie die je hebt niet direct zichtbaar is. Soms lijken getallen ver weg of verborgen. Het geheim van de meester is dan vaak om zélf een hulplijn te tekenen. Door een lijn door te trekken of een extra verbinding te maken tussen twee punten, ontstaat er vaak een nieuwe, bekendere vorm. Zie de driehoek daarom niet als een vaststaand object, maar als een puzzel waarbij je door slim te tekenen – bijvoorbeeld door een lijn evenwijdig aan een andere zijde te construeren – de ontbrekende hoek van plotseling voor je ziet verschijnen.
Vraag 1
Bekijk de eigenschappen hieronder. Sleep elk kenmerk naar de juiste categorie driehoek waar het bij hoort. Let op: een eigenschap kan soms bij meerdere typen horen.
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Gelijkbenige driehoek |
| 2 | Gelijkzijdige driehoek |
| 3 | Rechthoekige driehoek |
| 4 | Stomphoekige driehoek |
| Heeft twee zijden van precies gelijke lengte. | |
| Elke hoek is exact . | |
| Bevat één hoek van . | |
| Bevat één hoek die groter is dan . | |
| Alle drie de zijden zijn even lang. |
Vraag 2
Bekijk twee geschakelde driehoeken en . Zij delen zijde . De punten , en liggen op één rechte lijn (een gestrekte hoek). In driehoek is en . In driehoek is . Bereken de waarde van door gebruik te maken van de hoekensom en de eigenschappen van een gestrekte hoek.
| Stap 1: | |
| Stap 2: | |
| Stap 3: | |
| Stap 4: | |
| Stap 5: | |
| Stap 6: |
Vraag 3
Gegeven is een figuur met twee evenwijdige lijnen, lijn k en lijn m. Een derde lijn n snijdt beide lijnen. Er ontstaat een Z-hoek tussen lijn k en lijn m. Noem de hoek bij lijn k hoek A1 en de hoek bij lijn m hoek B1. Leg stapsgewijs uit waarom geldt dat als lijn k en m evenwijdig zijn.
Vraag 4
Bekijk driehoek . In deze driehoek bevindt zich een kleinere driehoek , waarbij . De hoek en de hoek . Gegeven is dat driehoek een gelijkbenige driehoek is met en dat punt op lijnstuk ligt.
Bereken de grootte van de hoek in graden. De hoek in de top van de gelijkbenige driehoek is onbekend, maar je kunt deze bepalen door te kijken naar de eigenschappen van gelijkbenige driehoeken en de som van de hoeken in de grotere driehoek .
Vraag 5
Bekijk driehoek waarbij punt op zijde ligt. Er is een hulplijn getekend van hoekpunt naar punt . Hierdoor ontstaan twee kleinere driehoeken: en .
Gegeven is dat en . Verder is de hoek bij in gelijk aan (dus ).
Leg met een berekening uit wat het verband is tussen de grootte van en de andere hoeken in de figuur. Welke bijzondere eigenschap heeft ?
Vraag 6
Ontwerp zelf een meetkundig figuur dat bestaat uit een driehoek met een extra lijnstuk erin. Zorg dat je ten minste drie stappen (bijvoorbeeld de overstaande hoeken, de som van de hoeken in een driehoek, of gestrekte hoeken) moet uitvoeren om een onbekende hoek te kunnen berekenen.
Teken je figuur, geef de bekende hoeken een waarde (in graden) en schrijf je uitwerking op in drie duidelijke stappen. Gebruik LaTeX-notatie voor de hoeken, zoals .