Tekstverbanden en Signaalwoorden
Nederlands · 2e jaar Vmbo-g
Oefenen met tekstverbanden en signaalwoorden
Signaalwoorden zijn de 'lijm' van een tekst. Ze zorgen ervoor dat zinnen en alinea's logisch met elkaar verbonden zijn, zodat je begrijpt wat de schrijver bedoelt. Denk aan woorden als 'en' (om iets toe te voegen), 'want' (om een reden te geven) of 'dus' (om een gevolg te noemen). Zonder deze woorden zou een tekst aanvoelen als een hoop losse blokjes waar geen structuur in zit. Door op signaalwoorden te letten, zie je sneller de samenhang tussen de verschillende delen van een tekst.
Vraag 1
Onderstreep in de tekst hieronder alle signaalwoorden. Er staan in totaal vijf signaalwoorden in de tekst.
Ik ben dol op pizza, maar ik eet liever groente. Eerst moet ik mijn huiswerk maken, daarna mag ik buiten spelen. Het regent hard, daarom blijf ik binnen. Ik heb geen zin in school, toch ga ik erheen.
Vraag 2
Signaalwoorden helpen je om te begrijpen hoe zinnen met elkaar verbonden zijn. Koppel hieronder het signaalwoord aan het juiste tekstverband waar het bij hoort.
| Begrip | Definitie (in willekeurige volgorde) |
|---|---|
| Oorzakelijk | maar, desondanks, echter |
| Tegenstellend | dus, daarom, kortom |
| Opsommend | doordat, daardoor, want |
| Concluderend | ten eerste, ook, bovendien |
Vraag 3
Welk signaalwoord past het beste in de volgende zin en welk tekstverband drukt dit uit? "Ik wilde graag gaan sporten, ...... regende het de hele middag pijpenstelen, dus ben ik maar thuis gebleven."
- A.echter; tegenstelling
- B.daarom; reden/oorzaak
- C.want; reden/oorzaak
- D.echter; tegenstelling
Vraag 4
Vul de juiste signaalwoorden in om de zinnen logisch met elkaar te verbinden. Kies uit: daarom, toch, daardoor en maar.
Het had de hele ochtend hard geregend. 1 stonden er grote plassen op het schoolplein. De zon begon daarna fel te schijnen. 2 was het na een uur nog steeds erg nat buiten.
Vraag 5
Sleep de onderstaande signaalwoorden naar de juiste groep. Zo leer je herkennen welke functie een woord in een tekst heeft.
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Opsommend (een lijstje maken) |
| 2 | Tegenstellend (iets wat verandert of botst) |
| 3 | Oorzakelijk (een reden of het gevolg) |
| ten eerste | |
| maar | |
| daardoor | |
| daarnaast | |
| toch | |
| omdat |
Vraag 6
Zet de onderstaande zinnen in de juiste logische volgorde om een tekst met een concluderend verband te vormen.
Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:
| Dit zorgt voor minder stress aan de ontbijttafel. | |
| Er is daarom een daling te zien in het aantal kinderen dat te laat komt op school. | |
| De meeste ouders hebben hierdoor nu meer tijd in de ochtend. | |
| Vrijwel alle basisscholen in de buurt hebben hun rooster aangepast. |
Vraag 7
Schrijf een korte alinea van maximaal 5 regels over je lievelingseten. Gebruik hierin: 1. Eén opsommend signaalwoord (bijvoorbeeld: 'daarnaast', 'ook', 'bovendien'). 2. Eén tegenstellend signaalwoord (bijvoorbeeld: 'maar', 'echter', 'toch'). Onderstreep beide signaalwoorden in je tekst.
Vraag 8
Lees de volgende twee zinnen:
Zin A: "Ik heb vandaag geen huiswerk gemaakt. Ik heb de hele middag lang buiten gevoetbald."
Zin B: "Ik heb vandaag geen huiswerk gemaakt, omdat ik de hele middag lang buiten heb gevoetbald."
In zin B wordt het signaalwoord "omdat" gebruikt. Leg in eigen woorden uit waarom zin B makkelijker te lezen en te begrijpen is dan zin A.