Ga naar inhoud

Aan de slag met het lijdend voorwerp3 vmbo-b

Heb je hulp nodig bij het uitleggen van het lijdend voorwerp aan je 3 vmbo-b klas? Dit Nederlands-werkblad met 8 gevarieerde opdrachten helpt je leerlingen stap voor stap op weg. Print het direct uit voor je les of pas de tekst eenvoudig aan in je eigen lesvoorbereiding.

Werkblad

Aan de slag met het lijdend voorwerp

Nederlands · 3e jaar Vmbo-b

Het lijdend voorwerp vinden: wie of wat ondergaat de actie?

Wil je het lijdend voorwerp (lv) in een zin vinden? Volg dan deze drie vaste stappen. Stap 1: Zoek de persoonsvorm (pv) door de zin in een andere tijd te zetten. Stap 2: Zoek het onderwerp (ow) door te vragen: 'Wie of wat + pv?'. Stap 3: Stel de vraag: 'Wat of wie + pv + onderwerp?'. Het antwoord op die laatste vraag is het lijdend voorwerp.

Vraag 1

Lees de volgende zin: 'De bakker bakt een vers brood.' Wat is in deze zin het onderwerp (het zinsdeel dat aangeeft wie of wat de handeling uitvoert)?

  • A.De bakker
  • B.bakt
  • C.een vers brood

Vraag 2

Om het lijdend voorwerp in een zin te kunnen vinden, moet je eerst de persoonsvorm (PV) en het onderwerp (O) aanwijzen. Onderstreep de persoonsvorm met één lijn en het onderwerp met twee lijnen in de volgende zinnen.

De bakker bakt elke morgen vers brood. Hij verkoopt die broden in zijn winkel. De klant koopt een krentenbol.

Vraag 3

Vul in elke zin het lijdend voorwerp (LV) in. Gebruik de vraagproef: 'Wat + gezegde + onderwerp?'

  • De bakker bakt   1   voor de hele klas.
  • Mijn broertje repareerde gisteren   1  .
  • Zij leest elke avond   1   voor het slapen gaan.

Vraag 4

Kijk naar de dikgedrukte woorden in de zinnen hieronder. Sorteer ze in de juiste categorie: is het deel van de zin een lijdend voorwerp (LV) of een bepaling van tijd of plaats (BT/BP)?

Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.

Categorieën
1Lijdend voorwerp
2Bepaling van tijd of plaats
Ik eet een lekkere appel.
Wij spelen morgen buiten.
Zij koopt nieuwe schoenen.
De docent staat voor de klas.
De jongen leest een spannend boek.
Wij gaan volgende week op vakantie.

Vraag 5

Lees de onderstaande zin. Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Nu schildert de kunstenaar een prachtig portret.

  • A.de kunstenaar
  • B.een prachtig portret
  • C.Nu
  • D.schildert

Vraag 6

Zet de volgende stappen in de juiste volgorde om het lijdend voorwerp (lv) in een zin te vinden.

Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:

Stel de vraag: 'Wie of wat + onderwerp + gezegde?'
Controleer of het antwoord op de vorige vraag het lijdend voorwerp is.
Zoek eerst de persoonsvorm (pv) door de zin in een andere tijd te zetten.
Vind het onderwerp door de vraag te stellen: 'Wie of wat + pv?'

Vraag 7

Onderzoek de onderstaande zinnen. Vul de tabel in door steeds de persoonsvorm (pv), het onderwerp (ow) en het lijdend voorwerp (lv) op te schrijven. Als er geen onderwerp of lijdend voorwerp aanwezig is, zet je een streepje.

ZinPVOWLV
De bakker bakt een taart.
Zij speelt de hele dag buiten.
Mijn vriendin leest een spannend boek.

Vraag 8

Bedenk zelf een zin waarin een lijdend voorwerp staat. Schrijf je zin hieronder op en leg daarna stap voor stap uit hoe je het lijdend voorwerp in jouw zin hebt gevonden.

Dit werkblad, mét antwoorden, in je eigen omgeving

Maak een gratis account en dit werkblad staat direct voor je klaar: antwoordmodel erbij, elke vraag aanpasbaar en te downloaden als Word of PDF.

Meer werkbladen Nederlands

FAQ

Vragen over de werkbladen

Ja. Alle openbare werkbladen zijn gratis te gebruiken in je les. Wil je het werkblad downloaden als Word of PDF, of de antwoorden bekijken, dan maak je een gratis LesLoket-account aan.