Feiten, meningen en argumenten in teksten
Nederlands · 4e jaar Vmbo-g
Oefenwerkblad: Hoe herken je feiten, meningen en argumenten?
Elke dag lees en hoor je honderden beweringen. De één komt met een hard feit, de ander roept vooral wat hij vindt. Als je verschil kunt zien tussen een feit en een mening, laat je je minder snel in de war brengen. Feiten zijn controleerbaar en waar of onwaar. Een mening is wat iemand denkt of voelt; daar kun je van mening over verschillen. In dit werkblad oefen je ermee om deze twee uit elkaar te houden en ontdek je hoe je een goed argument gebruikt om iemand ergens van te overtuigen.
Vraag 1
In teksten gebruiken schrijvers vaak signaalwoorden om aan te geven of ze een objectief feit noemen of hun eigen mening geven. Verdeel de onderstaande signaalwoorden in de juiste categorie.
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Signaalwoorden voor feiten (objectief) |
| 2 | Signaalwoorden voor meningen (subjectief) |
| vandaag is het | |
| volgens mij | |
| uit onderzoek blijkt dat | |
| ik vind dat | |
| het is een feit dat | |
| naar mijn idee |
Vraag 2
Hieronder staat een kort nieuwsbericht over een nieuwe sportkantine. Onderstreep alle zinnen die een controleerbaar feit bevatten. Laat de meningen en persoonlijke gevoelens ongemarkeerd.
De nieuwe sportkantine is vorige week maandag officieel geopend. Het gebouw heeft een oppervlakte van 200 vierkante meter en biedt plek aan 80 gasten. De inrichting met blauwe stoelen is echt prachtig. In de keuken staan vijf nieuwe ovens en een grote koelkast. Het personeel vindt de werksfeer in de nieuwe ruimte geweldig. De kantine is elke dag geopend van 09:00 tot 21:00 uur.
Vraag 3
Lees de onderstaande zin:
"Volgens burgemeester Jansen is de nieuwe parkeerregel een grote fout."
Welke uitspraak over deze zin klopt?
- A.Dit is een mening, want de burgemeester spreekt zich uit.
- B.Dit is een feit, want het is een waarheid dat de burgemeester dit precies zo heeft gezegd.
- C.Dit is geen mening en geen feit, want er staat geen bewijs in de zin.
- D.Dit is een feit, want een burgemeester heeft altijd gelijk.
Vraag 4
Koppel de onderstaande uitspraken aan het juiste type: is het een feit of een mening? Let op: een feit kun je controleren, een mening is een persoonlijk oordeel of gevoel.
| Begrip | Definitie (in willekeurige volgorde) |
|---|---|
| De hoofdstad van Frankrijk is Parijs. | Feit |
| Franse films kijken is veel leuker dan Engelse films. | Mening |
| Het is vandaag buiten acht graden Celsius. | Mening |
| Dit is de allersaaiste les van de hele week. | Feit |
Vraag 5
Bekijk de onderstaande standpunten over het gebruik van smartphones op school. Bedenk bij elk standpunt een goed argument (waarom dit standpunt logisch is).
| Standpunt | Argument (ondersteuning) |
|---|---|
| Smartphones moeten tijdens de les in een kluisje liggen. | |
| Leerlingen moeten hun smartphone gebruiken als hulpmiddel tijdens het werken. | |
| School moet zelf bepalen wat de regels zijn per docent. |
Vraag 6
Lees onderstaande tekst over het gebruik van smartphones op school:
"Het is onbegrijpelijk dat smartphones nog steeds verboden zijn in de klas. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de leerlingen zijn telefoon gebruikt voor educatieve doeleinden. Het verbieden van telefoons zorgt daardoor alleen maar voor onnodige irritatie bij leerlingen en docenten. Scholen moeten hier dus direct mee stoppen."
Waarom is deze tekst voor het onderbouwen van een standpunt minder betrouwbaar?
- A.De tekst bevat te veel feiten en te weinig controleerbare meningen.
- B.De tekst gebruikt een subjectieve mening als een vaststaand feit om aan te sturen op een conclusie.
- C.De tekst geeft alleen de mening van de docenten weer en negeert de leerlingen volledig.
- D.Het getal van 80% is incorrect, waardoor de hele tekst automatisch onwaar is.
Vraag 7
Lees de volgende stelling in een opiniestuk: "Winkels in onze stad moeten op zondag sluiten, want dat is veel beter voor de gezelligheid in de buurt."
De schrijver gebruikt hier een argument, maar dat is niet onderbouwd met feiten of bewijs. Formuleer één kritische vraag die je aan de schrijver zou stellen om te controleren of dit argument wel klopt.
Vraag 8
Lees de onderstaande tekst over het gebruik van smartphones op school:
"Op veel Nederlandse scholen is het verbod op mobiele telefoons tijdens de les inmiddels ingevoerd. Dat is een uitstekende beslissing, want leerlingen zijn zonder smartphone veel beter in staat om zich te concentreren op de uitleg van de docent."
Analyseer deze tekst. Welk deel van de tekst is een feitelijke mededeling, en welk deel is een mening? Leg ook uit waarom het tweede deel wel of niet als feit kan worden gezien.