De Franse Revolutie: Van Standen naar Keizerrijk
Geschiedenis · 3e jaar Havo
De Franse Revolutie: Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap
Aan het einde van de 18e eeuw leefde Frankrijk in een standenmaatschappij. De bevolking was verdeeld in drie groepen: de geestelijkheid, de adel en de derde stand. Terwijl de eerste twee standen genoten van voorrechten, zoals belastingvrijstelling, droeg de derde stand – die bestond uit boeren, arbeiders en de rijke burgerij – vrijwel de volledige belastinglast. De onvrede over deze ongelijkheid, versterkt door hongersnood en enorme schulden van het koninklijk huis, creëerde een explosieve situatie die uiteindelijk zou uitmonden in de Franse Revolutie.
Vraag 1
In de achttiende eeuw was de Franse samenleving verdeeld in drie standen. Verdeel de onderstaande kenmerken en voorrechten over de juiste stand waar ze bij hoorden voor het uitbreken van de Franse Revolutie.
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Eerste stand: Geestelijkheid |
| 2 | Tweede stand: Adel |
| 3 | Derde stand: Boeren, arbeiders en burgers |
| Moesten bijna alle belastingen betalen | |
| Bezaten ongeveer tien procent van al het land | |
| Hadden het alleenrecht op belangrijke banen in het leger en de kerk | |
| Hoefden geen belasting te betalen | |
| Mochten de kerkbelasting (tienden) innen | |
| Hadden geen enkel recht om mee te beslissen in het bestuur |
Vraag 2
Welke Verlichtingsdenker vond dat de macht in een land verdeeld moest worden over drie aparte groepen (de 'trias politica') om te voorkomen dat één persoon alle macht kreeg?
- A.Voltaire
- B.Montesquieu
- C.Rousseau
- D.Diderot
Vraag 3
Tijdens de Franse Revolutie werden verschillende leuzen en ideeën gebruikt om de verandering in de samenleving te omschrijven. Verbind de onderstaande begrippen uit 1789 met de juiste betekenis.
| Begrip | Definitie (in willekeurige volgorde) |
|---|---|
| Liberté | Het streven naar eenheid en solidariteit onder alle Franse burgers als één volk. |
| Égalité | Het idee dat de macht in een land niet bij een koning ligt, maar bij de bevolking zelf. |
| Fraternité | De roep om persoonlijke vrijheid en het einde van de willekeurige macht van de koning. |
| Volkssoevereiniteit | Het ideaal dat alle burgers voor de wet gelijk zijn, zonder voorrechten voor adel of geestelijkheid. |
Vraag 4
De Franse Revolutie verliep in verschillende fasen. Zet de onderstaande gebeurtenissen in de juiste chronologische volgorde, van het begin tot het einde.
Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:
| De Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger wordt aangenomen. | |
| De bestorming van de Bastille markeert het begin van de opstand in Parijs. | |
| Napoleon Bonaparte grijpt de macht door een staatsgreep. | |
| De periode van de Terreur onder leiding van Robespierre vindt plaats. | |
| Koning Lodewijk XVI wordt onder de guillotine onthoofd. |
Vraag 5
Vergelijk de situatie in Frankrijk vóór de Franse Revolutie (Ancien Régime) met de periode onder Napoleon. Vul de tabel in door de juiste kenmerken te benoemen.
| Onderwerp | Ancien Régime | Tijdperk Napoleon |
|---|---|---|
| Staatsvorm | Absolute monarchie | |
| Rechten van burgers | Onderdanen met weinig rechten | |
| Wetgeving | Willekeur en privileges |
Vraag 6
Na de val van koning Lodewijk XVI en de roerige jaren van de Franse Revolutie greep Napoleon Bonaparte in 1799 de macht. Hoe veranderde zijn komst de politieke situatie in Frankrijk in vergelijking met de idealen van de vroege revolutie?
- A.Napoleon voerde direct een stabiele democratie in, waardoor het volk voor het eerst echt meebesliste over de wetten.
- B.Onder Napoleon werd het absolute koningschap hersteld, waardoor de adel al hun oude voorrechten weer terugkreeg.
- C.Napoleon behield de orde en wetgeving uit de revolutie, maar maakte zichzelf tot keizer, waardoor de macht weer bij één persoon kwam te liggen in plaats van bij een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging.
- D.De revolutie eindigde met de totale afschaffing van het leger, waarna Napoleon Frankrijk omvormde tot een vredelievende republiek zonder centrale leider.
Vraag 7
Napoleon Bonaparte kwam aan de macht aan het einde van de Franse Revolutie. Veel mensen debatteren nog steeds over zijn rol: was hij de 'redder' van de revolutie of juist een 'verrader' die de macht weer voor zichzelf opeiste?
Leg in jouw eigen woorden uit of je vindt dat Napoleon de idealen van de Franse Revolutie (zoals vrijheid, gelijkheid en broederschap) heeft voortgezet of verraden. Geef voor je standpunt twee concrete voorbeelden uit zijn beleid (bijvoorbeeld de 'Code Napoléon' of zijn manier van besturen) als onderbouwing.
Vraag 8
Na de uitbraak van de Franse Revolutie verspreidden de ideeën van vrijheid en gelijkheid zich snel over Europa. Napoleon Bonaparte bracht deze idealen in de praktijk door in de veroverde gebieden de 1 in te voeren. Hierdoor verdwenen in veel landen de oude privileges van de adel. Een belangrijk onderdeel van deze nieuwe wetgeving was dat elke burger voor de wet 2 was. Bovendien moesten ambtenaren voortaan hun baan verdienen op basis van hun 3 in plaats van hun afkomst. Hoewel Napoleon zelf aan de macht bleef als keizer, zorgden deze veranderingen ervoor dat het 4 in Europa definitief was aangetast.
Kies uit: Code Napoléon, gelijk, talent, feodale stelsel.