Aan de slag met wederkerende werkwoorden
Duits · 3e jaar Vmbo-b
Oefenen met wederkerende werkwoorden
Bij wederkerende werkwoorden (zoals sich waschen) is de handeling gericht op de persoon zelf. Dit betekent dat niet alleen het werkwoord verandert, maar ook het wederkerend voornaamwoord. Bij de eerste persoon 'ik' hoort 'mich', bij 'jij' hoort 'dich', enzovoort. Denk hierbij aan een spiegel: de actie van het werkwoord kaatst terug op de persoon die het uitvoert.
Vraag 1
Bij wederkerende werkwoorden in het Duits hoort een wederkerend voornaamwoord. Koppel het juiste voornaamwoord aan de bijbehorende persoon.
| Begrip | Definitie (in willekeurige volgorde) |
|---|---|
| ich | sich |
| du | uns |
| er / sie / es | euch |
| wir | dich |
| ihr | sich |
| sie / Sie | mich |
Vraag 2
Vul het juiste wederkerend voornaamwoord (mich, dich, sich, uns, euch) in op de open plek:
- 1. Ich beeile 1 heute, weil ich pünktlich sein will.
- 2. Warum versteckst du 1 hinter dem Baum?
- 3. Wir freuen 1 schon sehr auf die Sommerferien.
- 4. Das Kind wäscht 1 jetzt selbst im Waschbecken.
- 5. Warum zieht ihr 1 nicht warm an, wenn es schneit?
Vraag 3
Kies de zin waarin het wederkerend voornaamwoord en de vervoeging van het werkwoord correct zijn geschreven.
- A.Hij vergist zich vaak in de namen van zijn klasgenoten.
- B.Hij vergist hem vaak in de namen van zijn klasgenoten.
- C.Hij vergis zich vaak in de namen van zijn klasgenoten.
- D.Hij vergist zich vaak in de namen van zijn klasgenoot.
Vraag 4
Vervoeg het wederkerend werkwoord 'sich freuen' in de tegenwoordige tijd (Präsens).
Vervoeg het werkwoord sich freuen (Deutsch).
| Präsens | |
|---|---|
| ich | |
| du | |
| er/sie/es | |
| wir | |
| ihr | |
| sie/Sie |
Vraag 5
Sorteer hieronder de woorden uit de volgende zin op de juiste plek in de tabel: "Zij vergissen zich vaak over de plannen."
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Onderwerp |
| 2 | Wederkerend voornaamwoord |
| 3 | Werkwoordsvorm |
| 4 | Overig |
| Zij | |
| vergissen | |
| zich | |
| vaak | |
| over | |
| de | |
| plannen |
Vraag 6
Schrijf de zin in de juiste vorm op en vervoeg het wederkerend voornaamwoord en het werkwoord. Let op de persoonsvorm.
- Ich (sich beeilen) jeden Morgen.
- Du (sich waschen) vor dem Essen.
- Wir (sich freuen) auf die Ferien.
Vraag 7
Lees de onderstaande tekst over een drukke ochtend. Er staan 3 fouten in het gebruik van de wederkerende voornaamwoorden (zoals 'zich', 'me', 'je'). Onderstreep de 3 verkeerde woorden.
Vanmorgen versliep ik me. Snel sprong ik uit bed en waste me in de badkamer. Mijn broer zat al aan tafel. Hij haastte zich niet, maar hij klaagde zich over de kou. Daarna kleedde ik me aan en vertrok naar school. Onderweg verveelde ik ons omdat het zo rustig was op straat.
Vraag 8
Vertaal de volgende zinnen naar het Duits. Gebruik in elke zin een wederkerend werkwoord (zoals sich waschen of sich freuen).
1. Hij wast zich elke ochtend. 2. Zij verheugen zich op de vakantie. 3. Wij vergissen ons vaak.