Ga naar inhoud

Modale werkwoorden en wissen in het Duits3 vmbo-t

Bespaar jezelf wat tijd met het voorbereiden van je Duitse les. Dit werkblad over modale werkwoorden en 'wissen' voor 3 vmbo-t bevat 7 opdrachten, variërend van vervoegingen tot vertalingen en zinsopbouw. Je kunt het direct printen voor je klas of de tekst eenvoudig aanpassen aan je eigen voorkeuren.

Werkblad

Modale werkwoorden en wissen in het Duits

Duits · 3e jaar Vmbo-t

Modale werkwoorden en 'weten': Zo gebruik je ze goed

Modale werkwoorden (zoals kunnen, willen, mogen, moeten) geven aan wat de bedoeling of mogelijkheid van een handeling is. In een zin staat het modale werkwoord op de tweede plek, net als een gewone persoonsvorm. Het andere werkwoord (het hoofdwerkwoord) staat in de infinitief (het hele werkwoord) helemaal aan het einde van de zin. Bijvoorbeeld: 'Ik moet vandaag huiswerk maken.'

Vraag 1

Vervoeg het Duitse modale werkwoord 'wollen' in de tegenwoordige tijd (Präsens).

Vervoeg het werkwoord wollen (Deutsch).

Präsens
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie

Vraag 2

Kies de juiste vorm van het werkwoord 'wissen' voor de onderstaande zin:

De docent .......... de tekst van het bord voordat de volgende les begint.

  • A.wist
  • B.wijd
  • C.wisd
  • D.wisst

Vraag 3

Vul het juiste modale werkwoord (kunnen, moeten, willen, mogen, zullen) in bij elke zin over hobby's. Kies steeds de vorm die grammaticaal klopt.

1. Als het droog is,   1   wij buiten voetballen in het park.

2. Ik   1   dit weekend echt mijn gitaarlessen afmaken.

3. Jij   1   al heel goed piano spelen voor je leeftijd.

4. Wij   1   liever gaan tennissen in plaats van zwemmen.

Vraag 4

Hieronder staan verschillende werkwoordsvormen (modale werkwoorden). Geef aan of de vorm in het enkelvoud (singular) of in het meervoud (plural) staat.

Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.

Categorieën
1Enkelvoud (singular)
2Meervoud (plural)
kan
moeten
wil
mogen
zult
kunnen

Vraag 5

Zet de zinsdelen in de juiste volgorde. Zorg dat het modale werkwoord op de tweede positie staat en het hele werkwoord (de infinitief) aan het einde van de zin komt te staan.

Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:

Ik
maken
moet
vandaag
huiswerk

Vraag 6

Vertaal de volgende Nederlandse zinnen naar het Duits. Let bij het vertalen goed op de vervoeging van de modale werkwoorden (zoals müssen, können, wollen, mogen, sollen, dürfen).

Nederlands → Deutsch

1. Wij moeten vandaag onze kamer opruimen. 2. Hij wil straks naar de bioscoop gaan. 3. Kun jij mij morgen helpen?

Vraag 7

Je gebruikt de modale werkwoorden 'willen', 'kunnen' en 'mogen' om aan te geven wat je wensen of mogelijkheden zijn. Beantwoord de volgende drie vragen over je eigen dag in het Nederlands. Gebruik in elk antwoord een modaal werkwoord. 1. Wat wil je vandaag absoluut nog doen? 2. Wat kun je goed, waar anderen misschien hulp bij nodig hebben? 3. Wat mag je van jezelf vandaag wel doen na het maken van dit huiswerk?

Dit werkblad, mét antwoorden, in je eigen omgeving

Maak een gratis account en dit werkblad staat direct voor je klaar: antwoordmodel erbij, elke vraag aanpasbaar en te downloaden als Word of PDF.

Meer werkbladen Duits

FAQ

Vragen over de werkbladen

Ja. Alle openbare werkbladen zijn gratis te gebruiken in je les. Wil je het werkblad downloaden als Word of PDF, of de antwoorden bekijken, dan maak je een gratis LesLoket-account aan.