Ga naar inhoud

Naamvallen: Der-groep en Ein-groep in de praktijk2 havo

Bespaar tijd op je Duitse lesvoorbereiding met dit overzichtelijke werkblad over de der-groep en ein-groep voor 2 havo. Met 7 opdrachten, variërend van meerkeuzevragen tot vertalingen, oefenen je leerlingen gericht met de Duitse naamvallen. Het werkblad is direct te printen of eenvoudig aan te passen naar je eigen behoefte.

Werkblad

Naamvallen: Der-groep en Ein-groep in de praktijk

Duits · 2e jaar Havo

Duits: Naamvallen in de Der-groep en Ein-groep

In het Duits bepalen naamvallen hoe woorden in een zin met elkaar verbonden zijn. Door het juiste lidwoord te kiezen, geef je aan of een woord het onderwerp is, of dat er iets mee gebeurt. Bekijk hieronder het overzicht van de Der-groep en de Ein-groep. Gebruik dit schema als hulpmiddel bij je opdrachten; het helpt je om snel de juiste uitgang te vinden voor elke situatie.

NaamvalDer-groep (m/v/o)Ein-groep (m/v/o)
Nominatief (onderwerp)der / die / dasein / eine / ein
Accusatief (lijdend voorwerp)den / die / daseinen / eine / ein
Datief (meewerkend voorwerp)dem / der / demeinem / einer / einem
Genitief (bezit)des / der / deseines / einer / eines

Vraag 1

Kies het juiste lidwoord voor de volgende zin: "Ich habe __________ Hund gesehen." (Hund is mannelijk en staat in de accusatief.)

  • A.der
  • B.den
  • C.ein
  • D.dem

Vraag 2

Vul de juiste uitgang in voor de woorden uit de ein-groep (mein, dein, sein, ihr, unser, euer, ihr / kein). Let op de naamval:

  1. Ich sehe   1   (mein / mannelijk / accusatief) Bruder im Garten.
  2. Das ist   1   (dein / vrouwelijk / nominatief) Tasche.
  3. Wir kaufen   1   (kein / onzijdig / accusatief) Buch heute.

Vraag 3

Onderstreep in onderstaande tekst alle lijdend voorwerpen (accusativus) in de bijbehorende zinnen. De zinnen gaan over familieleden en bezit.

Ich besuche meinen Bruder. Meine Mutter sucht ihren Schlüssel. Das Kind hat keinen Ball. Er liebt seinen Vater.

Vraag 4

Sommige Duitse voorzetsels krijgen altijd de datief. Verbind elk voorzetsel in de linkerkolom met de bijbehorende naamval die erbij hoort.

BegripDefinitie (in willekeurige volgorde)
mit3e naamval (Datief)
von3e naamval (Datief)
zu4e naamval (Accusatief)
für3e naamval (Datief)

Vraag 5

Bekijk de onderstaande zinsdelen. Deze zinsdelen zijn allemaal (met uitzondering van enkele voorzetsels) afkomstig uit Duits-Duitse zinnen. Plaats elk zinsdeel in de juiste categorie op basis van de naamval die erbij hoort: Nominatief, Accusatief of Datief.

Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.

Categorieën
1Nominatief
2Accusatief
3Datief
der alte Mann
einen kleinen Hund
dem guten Lehrer
das schöne Kind
den neuen Tisch
einer netten Frau

Vraag 6

Vertaal de onderstaande zinnen naar het Duits. Let bij elk lidwoord en elk bijvoeglijk naamwoord goed op de datief meervoud (de uitgang -n voor het bijvoeglijk naamwoord).

Nederlands → Deutsch

1. Ik geef de kleine kinderen een appel. 2. Zij helpen de oude mensen met de bagage.

Vraag 7

Schrijf zes Duitse zinnen over je hobby's. Gebruik voor de eerste drie zinnen een lidwoord uit de der-groep (zoals 'der', 'die', 'das') en voor de volgende drie zinnen een lidwoord uit de ein-groep (zoals 'ein', 'kein', 'mein'). Zorg dat je in totaal ten minste twee verschillende naamvallen (bijvoorbeeld nominatief en accusatief) correct gebruikt.

Dit werkblad, mét antwoorden, in je eigen omgeving

Maak een gratis account en dit werkblad staat direct voor je klaar: antwoordmodel erbij, elke vraag aanpasbaar en te downloaden als Word of PDF.

Meer werkbladen Duits

FAQ

Vragen over de werkbladen

Ja. Alle openbare werkbladen zijn gratis te gebruiken in je les. Wil je het werkblad downloaden als Word of PDF, of de antwoorden bekijken, dan maak je een gratis LesLoket-account aan.