Ga naar inhoud

Doelen voor deze periode

Elke leerling formuleert één concreet doel voor de komende periode en maakt het klein: wat, wanneer, en waaraan zie je dat het lukt. Geen vage goede voornemens.

25 tot 30 minutenindividueel en tweetallenOnder- en bovenbouwBegeleide inoefening, Afsluiting
Voorbereiding:
Drie hulpvragen op het bord; kaartjes of stevig papier.
Nodig:
Kaartje of half A4 per leerling, De drie vragen op het bord
Lokaal:
Geen aanpassing.

Zo werkt het

  1. 1

    Kort terugblikken, 2 minuten individueel: 'welk cijfer geef je je vorige periode, en wat is het eerste dat je anders wilt?'.

  2. 2

    Iedereen kiest één doel. Eén, niet drie; zeg erbij waarom: 'wie drie dingen tegelijk verandert, verandert er nul'.

  3. 3

    Maak het concreet met de drie vragen op het bord: wat ga je precies doen? Op welke momenten in de week? Waaraan zie je over zes weken dat het gelukt is?

  4. 4

    Duo-check: je buur stelt minimaal twee kritische vragen en zet pas daarna zijn initialen op jouw kaartje. Het doel is pas af als iemand anders er geen gaten meer in prikt.

  5. 5

    Verzamel de kaartjes in (of fotografeer ze) en plan het terugkommoment hardop: 'over drie weken pakken we ze erbij, vijf minuten'. En doe dat dan ook echt.

Pas aan op jouw niveau

Koppel doel aan aanpak én obstakel: 'wat wordt je moeilijkste moment, en wat doe je dan?'. Een als-dan-plan ('als ik wil gamen vóór mijn huiswerk, dan...') verdubbelt de kans dat het doel de eerste week overleeft.

In jouw vak

Wiskunde

Als vakdocent na een tegenvallende toets: iedereen één doel voor het volgende hoofdstuk via dezelfde drie vragen. 'Elke week de diagnostische toets maken vóór de weekendtaak' is een doel; 'beter mijn best doen' gaat terug.

Gratis werkbladen wiskunde

Frans

Doel op woordenschatroutine: 'drie keer per week tien minuten woordjes, maandag-woensdag-vrijdag in de bus'. Het moment vastleggen is bij taalvakken belangrijker dan de hoeveelheid.

Gratis werkbladen Frans

Goed om te weten

Waarom deze werkvorm werkt

'Betere cijfers halen' is geen doel, het is een wens. Deze werkvorm dwingt de vertaalslag af naar gedrag: wat ga je doen, op welke momenten, en hoe zie je over zes weken of het gelukt is. Drie vragen, één kaartje, klaar.

De duo-check is het geheime ingrediënt: een klasgenoot die twee kritische vragen stelt ('wanneer precies?', 'en als je het een week vergeet?') haalt meer vaagheid uit een doel dan jouw rode pen ooit zal doen. En het terugkommoment maakt het verschil tussen een invuloefening en een gewoonte; zonder die afspraak is dit uur weggegooid.

Onderbouw of bovenbouw?

In de onderbouw houd je het bij één klein gedragsdoel; in de bovenbouw wordt dit de motor onder examenvoorbereiding en LOB. Voor examenklassen is de periode-cyclus (doel, zes weken, evaluatie) precies het ritme tussen twee SE-weken.

Variaties (2)
  • Brief aan jezelf: schrijf je doel als brief die jij pas aan het einde van de periode terugkrijgt. Minder stuurbaar, meer impact bij het teruglezen.
  • Klassendoel erbij: één gezamenlijk doel naast de individuele ('gemiddeld een 7 op de volgende so'). Geeft de terugkommomenten een gedeeld scorebord.
Op jouw schooltype (Montessori, Dalton)

Montessori: Koppel het kaartje aan de werkperiode-planning: het doel krijgt een vaste plek in de agenda of takenkaart en de leerling verantwoordt bij het periodegesprek zelf hoe het staat.

Dalton: Laat het doel landen op de weektaak: één taakregel per week die direct uit het doel volgt. De mentorles en de daltonuren versterken elkaar dan in plaats van naast elkaar te bestaan.

Meer werkvormen voor het mentoruur

Een werkvorm op maat voor jouw les en jouw klas

Vertel LesLoket je onderwerp, niveau en leerjaar, en de AI werkvorm-bouwer maakt er een uitgewerkte werkvorm van: stappen, timing en differentiatie inbegrepen.