Check-in met stemmingsmeter
Een vast startritueel voor het mentoruur: iedereen geeft met een cijfer aan hoe hij erbij zit. Twee minuten werk, en jij weet bij wie je vandaag even langsloopt.
- Voorbereiding:
- Geen. Alleen een vast moment in je mentoruur kiezen en dat volhouden.
- Nodig:
- Optioneel: wisbordjes of vingers
- Lokaal:
- Geen aanpassing: iedereen blijft zitten.
Zo werkt het
- 1
Stel altijd dezelfde vraag op hetzelfde moment: 'hoe zit je erbij vandaag, 1 tot 5?'. Antwoorden met vingers voor de borst of op een wisbordje, tegelijk op jouw teken.
- 2
Benoem klassikaal alleen het beeld, nooit een persoon: 'veel viertjes en vijfjes, mooi. Een paar lagere, ik kom zo even langs.'
- 3
Laat toelichten wie dat wil, verplicht niemand. 'Wil iemand iets delen over zijn cijfer?' is genoeg; stilte is ook een prima antwoord.
- 4
Loop tijdens het (zelfstandige) vervolg van het uur langs de leerlingen met een opvallend laag cijfer. Eén zin is genoeg: 'ik zag je tweetje, wil je er iets over kwijt?'. Vaak is het antwoord 'slecht geslapen', soms is het meer, en dan was dit het moment waarop je het opving.
Pas aan op jouw niveau
Gebruik gebaren of emoji's op het bord (duim omhoog, midden, omlaag) in plaats van cijfers, en houd het tempo strak: teken geven, tonen, klaar. Beurtsturing bij het toelichten: jij nodigt hooguit twee leerlingen uit, de rest komt een andere keer.
Cijfers 1 tot 5 met vingers. Voeg af en toe een tweede vraag toe ('en je energie?'); twee getallen zeggen meer dan één en het blijft even snel.
Cijfer plus optioneel één woord waarom ('vier, toetsweek'). Het woord maakt patronen zichtbaar zonder dat iemand een verhaal hoeft te vertellen.
Splits af en toe uit in twee cijfers: school en buiten school. Leerlingen die hoog scoren op school en laag daarbuiten (of andersom) leren zelf het onderscheid maken, en jij krijgt preciezere signalen.
In jouw vak
Wiskunde
Als vakdocent vóór een toets: 'hoe zelfverzekerd voel je je over dit hoofdstuk, 1 tot 5?'. Je ziet in tien seconden waar de klas staat en kunt je laatste herhaalles daarop richten.
Lichamelijke opvoeding
Aan het begin van de gymles met duimen: wie vandaag fysiek niet top zit (blessure, hoofdpijn) geeft dat zonder woorden aan, en jij past de intensiteit of de rol van die leerling aan.
Goed om te weten
Waarom deze werkvorm werkt
De stemmingsmeter is geen werkvorm maar een ritueel: elk mentoruur begint met dezelfde vraag ('hoe zit je erbij, van 1 tot 5?') en hetzelfde antwoordformat. Juist die herhaling maakt hem waardevol. Na drie weken kost hij nog maar twee minuten, en zie je in één oogopslag wie afwijkt van zijn eigen normaal.
Het rendement zit niet in het klassikale moment maar in wat jij ermee doet: de leerling die normaal een vier geeft en vandaag een twee, spreek je even individueel tijdens het zelfstandig werken. Dat is signaleren zoals het bedoeld is, zonder vragenlijst of systeem erbij.
Onderbouw of bovenbouw?
Voor elk leerjaar bruikbaar. In de brugklas maakt het praten over hoe je erbij zit gewoon; in examenklassen is het een vroegsignalering voor examenstress die je anders pas bij de eerste onvoldoendes ziet.
Variaties (2)
- Weerbericht-variant: zonnig, bewolkt, onweer. Zelfde meter, andere taal; sommige klassen praten makkelijker in beelden dan in cijfers.
- Check-out: dezelfde vraag aan het einde van het uur. Het verschil tussen binnenkomst en vertrek is voor jou als mentor de interessantste informatie die er is.