Ga naar inhoud

Voedselrelaties en kringlopen3 vmbo-g

Bespaar tijd bij je biologieles met dit kant-en-klare werkblad over voedselrelaties en kringlopen voor 3 vmbo-g. Met 6 afwisselende vragen, waaronder meerkeuze- en sorteeropdrachten, kun je de leerstof direct toetsen. Print de opdrachten uit of pas ze in een handomdraai aan op je eigen lesplan.

Werkblad

Voedselrelaties en kringlopen

Biologie · 3e jaar Vmbo-g

Oefenen met voedselrelaties en kringlopen

In de natuur eten organismen elkaar op om energie te krijgen. We verdelen deze organismen in drie groepen op basis van hun rol. Producenten zijn planten die zelf hun voedsel maken met zonlicht. Consumenten eten andere organismen om aan hun energie te komen, zoals een konijn dat gras eet. Reducenten zorgen er ten slotte voor dat dode resten van planten en dieren worden afgebroken tot nuttige voedingstoffen.

Vraag 1

Planten groeien door stoffen uit hun omgeving te gebruiken. Wat is de belangrijkste manier waarop een plant zijn energie krijgt om te groeien?

  • A.De plant zuigt suikers en voedingsstoffen op uit de bodem via de wortels.
  • B.De plant maakt zelf energierijke stoffen (suikers) aan met behulp van zonlicht.
  • C.De plant haalt energie uit het verteren van kleine insecten in de grond.
  • D.De plant groeit alleen door water op te nemen, want water levert alle nodige calorieën.

Vraag 2

In een ecosysteem heeft elk organisme een specifieke rol. Plaats de onderstaande organismen in de juiste categorie op basis van hun voedselwijze.

Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.

Categorieën
1Producent
2Consument van de 1e orde
3Consument van de 2e orde
4Reducent
Gras
Hazenlipje (plant)
Konijn
Rups
Slangenarend
Paddenstoel
Bacterie

Vraag 3

In een bosrijke omgeving wordt een voedselketen gevormd door verschillende organismen. Zet de schakels van deze voedselketen in de juiste volgorde, beginnend bij de producent.

Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:

Koolmees
Sperwer
Rups
Eik (boom)

Vraag 4

Stel je voor: in een bosrijke omgeving is een ziekte uitgebroken die alle insecteneters (zoals vogels en kikkers) laat verdwijnen. Leg uit wat er op korte termijn gebeurt met de populatie van planteneters (zoals rupsen en kevers) en verklaar waarom dit effect optreedt op basis van je kennis van voedselrelaties.

Vraag 5

Reducenten (zoals bacteriën en schimmels) zijn onmisbaar in de natuur. Zij breken dode planten- en dierenresten af. Koppel elk proces aan de juiste beschrijving van wat er gebeurt met de voedingsstoffen.

BegripDefinitie (in willekeurige volgorde)
Afbraak van organisch materiaalEen deel van de energie in de dode resten komt vrij als warmte in plaats van in nieuwe biomassa.
Vrijkomen van mineralenVoedingsstoffen blijven in het systeem en worden opnieuw gebruikt in de voedselketen.
KringloopsluitingVoedingsstoffen komen weer in de bodem terecht voor opname door planten.
Energieverlies tijdens afbraakComplexe stoffen worden door reducenten verkleind tot simpele bouwstoffen.

Vraag 6

Stel je voor dat in een bos alle schimmels en bacteriën plotseling zouden verdwijnen. Deze organismen noemen we de reducenten. Leg in minimaal twee zinnen uit waarom het bos er na een jaar heel anders uit zou zien als deze reducenten er niet meer zijn.

Focus in je antwoord op wat er gebeurt met de dode bladeren en takken op de bodem en waarom planten daardoor in de problemen komen.

Dit werkblad, mét antwoorden, in je eigen omgeving

Maak een gratis account en dit werkblad staat direct voor je klaar: antwoordmodel erbij, elke vraag aanpasbaar en te downloaden als Word of PDF.

Meer werkbladen biologie

FAQ

Vragen over de werkbladen

Ja. Alle openbare werkbladen zijn gratis te gebruiken in je les. Wil je het werkblad downloaden als Word of PDF, of de antwoorden bekijken, dan maak je een gratis LesLoket-account aan.