Energie in ecosystemen: Van voedselketen tot kringloop
Biologie · 2e jaar Gymnasium
Leven in balans: Voedselketens en kringlopen
Vraag 1
Plaats de onderstaande organismen in de juiste categorie. Bedenk daarbij of het organisme zelf zorgt voor zijn energiebron (door middel van fotosynthese) of dat het afhankelijk is van andere organismen voor zijn voedsel.
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Autotroof (Producent) |
| 2 | Heterotroof (Consument) |
| Gras | |
| Wolf | |
| Eikenboom | |
| Pissebed | |
| Blauwalgen | |
| Mier |
Vraag 2
Zet de onderdelen in de juiste volgorde van de voedselketen. Begin bij de energiebron en eindig bij de laatste consument.
Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:
| Sprinkhaan | |
| Zonlicht | |
| Grasplant | |
| Kikker |
Vraag 3
Stel dat een boom in het bos zijn blaadjes in de herfst verliest. De reducenten (afvaleters en schimmels) in de bodem gaan hiermee aan de slag. Wat is het belangrijkste resultaat van dit proces voor de kringloop?
- A.De reducenten zetten de plantenresten om in zonlicht, waardoor de boom weer verder kan groeien.
- B.De reducenten maken de oude bladeren weer vast aan de takken van de boom voor het volgende seizoen.
- C.De reducenten breken de bladeren af tot mineralen, die daarna weer door de wortels van de boom kunnen worden opgenomen.
- D.De reducenten veranderen de bladeren in zuurstof, zodat de lucht in het bos schoon blijft.
Vraag 4
In een natuurgebied in Nederland vormen de volgende dieren een samenhangend voedselweb: grassen worden gegeten door veldmuizen. Veldmuizen vormen de belangrijkste prooi voor de torenvalk. Daarnaast eten torenvalken ook grote insecten, die leven van dezelfde grassen als de muizen.
Stel nu dat door een virusuitbraak alle torenvalken uit dit natuurgebied verdwijnen. Leg uit wat er op de korte termijn gebeurt met de populatie veldmuizen én met de populatie grassen in dit gebied. Gebruik in je antwoord de begrippen 'natuurlijke vijand' en 'concurrentie'.
Vraag 5
Stel dat een producent (plant) start met aan energie die door zonlicht is vastgelegd. Bij elke stap in de voedselketen gaat er energie verloren. Vul in de onderstaande tabel in hoeveel energie er ongeveer overblijft in de volgende schakels, uitgaande van een verlies van gemiddeld 90\% per stap. Geef tot slot de belangrijkste oorzaken van dit energieverlies op.
| Schakel | Energiebeschikbaarheid (kJ) |
|---|---|
| Producent (plant) | 10.000 |
| Consument van de 1e orde | |
| Consument van de 2e orde | |
| Oorzaken energieverlies |
Vraag 6
Stel je voor: een akker waarop graan groeit. Een mens kan dit graan direct opeten, of het graan eerst aan een koe voeren en daarna de koe opeten. Leg met het begrip 'energetische efficiëntie' uit waarom het voor de beschikbare energie in een voedselketen gunstiger is als mensen direct het graan eten in plaats van via de tussenstap van een koe.