Regeling van de glucoseconcentratie
Biologie · 5e jaar Vwo
Regeling van de glucoseconcentratie
Stel je voor dat je tijdens de gymles plotseling flink moet rennen. Je spiercellen verbruiken op dat moment in razend tempo glucose als brandstof. Ondanks dit grote verbruik blijft de glucoseconcentratie in je bloed in rust en tijdens inspanning opvallend stabiel rond een waarde van ongeveer 5 mmol/l. Dit is een knap staaltje homeostase: het vermogen van je lichaam om het interne milieu binnen nauwe grenzen in evenwicht te houden. In dit werkblad gaan we kijken naar hoe je lichaam dit proces regelt als de bloedsuikerspiegel door eten of sporten uit balans dreigt te raken.
Vraag 1
Het lichaam van een gezond persoon probeert de glucoseconcentratie in het bloed constant te houden rond een waarde van ongeveer 5 mmol/L. Hoe noemen we dit proces waarbij het interne milieu ondanks veranderingen in de omgeving stabiel blijft?
- A.Negatieve terugkoppeling
- B.Homeostase
- C.Diffusiegradient
- D.Resorptie
Vraag 2
Bij een gezonde bloedsuikerspiegel is het lichaam constant bezig met het bijsturen van de glucoseconcentratie. Categoriseer de onderstaande onderdelen naar de situatie waarin ze het meest actief zijn of waar ze een rol bij spelen om de bloedsuikerspiegel weer naar het gewenste niveau te krijgen.
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Onderdelen bij een te lage bloedsuikerspiegel |
| 2 | Onderdelen bij een te hoge bloedsuikerspiegel |
| Alfacellen in de alvleesklier | |
| Afgifte van glucagon | |
| Lever geeft glucose af aan het bloed | |
| Bètacellen in de alvleesklier | |
| Afgifte van insuline | |
| Lever zet glucose om in glycogeen |
Vraag 3
Je hebt zojuist een grote kom pasta gegeten. Hierdoor stijgt je bloedglucoseconcentratie. Zet de stappen van de negatieve terugkoppeling (feedback) in de juiste volgorde, beginnend bij de verhoging in het bloed.
Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:
| Insuline zorgt voor opname van glucose in spier- en levercellen. | |
| De bloedglucoseconcentratie daalt weer tot de normale waarde. | |
| De negatieve terugkoppeling zorgt voor remming van de insulineafgifte. | |
| De concentratie glucose in het bloed stijgt boven de normwaarde. | |
| De alvleesklier (bèta-cellen) neemt de stijging waar en scheidt meer insuline af. |
Vraag 4
De concentratie van glucose in je bloed wordt strikt geregeld door twee hormonen: insuline en glucagon. Leg uit waarom we deze werking 'antagonistisch' noemen door in je antwoord specifiek in te gaan op de verschillende effecten die deze hormonen hebben op de bloedsuikerspiegel.