Het duo-interview
Tweetallen interviewen elkaar en stellen daarna hun partner voor aan een ander duo. Niemand hoeft over zichzelf te praten, en toch leert iedereen elkaar kennen.
- Voorbereiding:
- Vijf interviewvragen op het bord zetten.
- Nodig:
- Interviewvragen op het bord, Kladpapier voor aantekeningen
- Lokaal:
- Geen aanpassing: interviewen met je buur, daarna twee tafels aanschuiven.
Zo werkt het
- 1
Koppel duo's van leerlingen die elkaar nog niet of nauwelijks kennen. Zeg dat er ook bij: 'je zit expres niet naast je beste vriend, dat is het hele punt'.
- 2
Zet vijf vragen op het bord; de vijfde bedenken leerlingen zelf. Voorbeelden: 'waar kun jij uren mee bezig zijn?', 'wat moet deze klas van jou weten?'.
- 3
Interviewronde: 4 minuten de één, dan op jouw signaal wisselen, 4 minuten de ander. De interviewer maakt steekwoord-aantekeningen.
- 4
Schuif twee duo's aan elkaar. Ieder stelt zijn partner in één minuut voor aan het andere duo, op basis van de aantekeningen.
- 5
Plenaire afronding, kort en op vrijwillige basis: elk viertal deelt het verrassendste feitje van hun tafel; de 'eigenaar' knikt eerst even dat het gedeeld mag worden.
Pas aan op jouw niveau
Vaste vragen, zinstarters voor het voorstellen ('dit is..., hij kan goed..., wat je niet aan hem ziet is...') en strakke beurtsturing: jij bepaalt centraal wie interviewt en wanneer er gewisseld wordt, met een timer die iedereen ziet.
Standaardversie. Laat elke interviewer minimaal drie steekwoorden noteren en er precies één citaat van zijn partner uit kiezen om letterlijk te gebruiken bij het voorstellen.
Verplicht per vraag één doorvraag en laat de voorstelronde zonder voorlezen doen: aantekeningen mogen op tafel, maar je vertelt uit je hoofd. Samenvatten in plaats van oplezen.
Laat het voorstellen volledig zonder aantekeningen doen en sluit af met een metavraag aan de klas: 'welke interviewvraag leverde de beste antwoorden op, en waarom?'. Dan gaat het gesprek over wat een goede vraag tot een goede vraag maakt.
In jouw vak
Nederlands
Gebruik het duo-interview als opmaat naar interviewtechniek: open versus gesloten vragen, doorvragen, citeren. De kennismaking van week één is dan meteen de eerste les van je schrijfdossier.
Engels
Interview en voorstelronde in de doeltaal, met de vragen als steiger op het bord. 'This is Emma, she is good at...' is haalbaar vanaf de brugklas en echte communicatie vanaf dag één.
Goed om te weten
Waarom deze werkvorm werkt
Het duo-interview draait het ongemak van voorstelrondjes om: je vertelt niet over jezelf, maar over de klasgenoot die je net geïnterviewd hebt. Over een ander praten is voor vrijwel elke puber makkelijker dan over zichzelf, en goed luisteren wordt ineens noodzakelijk, want jij bent straks de woordvoerder van je partner.
De vorm traint en passant twee vaardigheden waar je het hele jaar profijt van hebt: vragen stellen en samenvatten wat een ander zei. Daarom is dit ook buiten de kennismakingsweek een bruikbare werkvorm.
Onderbouw of bovenbouw?
Geschikt voor alle leerjaren. In de brugklas gaat het om veilig kennismaken; in de bovenbouw kun je de lat hoger leggen met voorstellen zonder aantekeningen en scherper doorvragen, tot bijna-journalistiek niveau in een examenklas.
Variaties (2)
- Beroepenvariant voor LOB in de bovenbouw: interview je partner over zijn toekomstplannen en presenteer die aan het viertal. Loopbaanoriëntatie zonder dat het een formulier wordt.
- Docent-interview: laat de klas jou in vijf minuten interviewen met dezelfde doorvraagregel. Jij bepaalt je grenzen, zij oefenen vragen stellen, en de klas kent zijn docent.