Kennismakingsbingo
Iedereen loopt rond met een bingokaart vol eigenschappen en zoekt klasgenoten bij wie een vakje past. Namen leren zonder voorstelrondje, en de hele klas spreekt elkaar.
- Voorbereiding:
- Bingokaart met 9 tot 16 vakjes maken en printen, of het rooster op het bord zetten en laten overtekenen (scheelt printen).
- Nodig:
- Bingokaart per leerling (geprint of overgetekend), Pennen
- Lokaal:
- Loopruimte nodig: laat tassen onder de tafels zetten en gebruik de gangpaden. Tafels schuiven hoeft niet.
Zo werkt het
- 1
Deel de kaart uit of laat een 3x3-rooster overtekenen met de negen kenmerken van het bord.
- 2
Leg de twee regels uit: elk vakje een ándere naam, en je mag een naam pas noteren na een echt mini-gesprekje ('klopt het dat jij...?'), niet na gokken.
- 3
Zet 8 tot 10 minuten op de timer en laat de klas los. Doe zelf mee: zet jezelf in één vakje ('heeft ooit een ander beroep gehad') en laat leerlingen ook naar jou toe komen.
- 4
Stop bij de timer, niet pas bij de derde bingo. Vraag wie bingo heeft en licht twee of drie opvallende vakjes uit ('wie heeft er iemand gevonden die drie talen spreekt?').
- 5
Sluit af met de brug naar jouw vak of mentoraat: 'jullie weten nu meer van elkaar dan de meeste klassen na drie weken; dat gaan we gebruiken'.
Pas aan op jouw niveau
Klein rooster (3x3), concrete kenmerken die je aan iemand kunt vragen zonder na te denken ('heeft een hond', 'zit op voetbal'). Stuur het proces strak: na vijf minuten iedereen verplicht naar iemand die hij nog niet gesproken heeft, op jouw signaal.
Rooster van 4x4 met een mix van feitjes en voorkeuren. Laat na afloop twee leerlingen vertellen welk vakje het moeilijkst te vullen was; dat is meteen een leuk klassengesprek.
Maak een deel van de vakjes vak- of schoolgericht ('weet wat hij wil worden', 'heeft een bijbaan'). De nabespreking wordt dan vanzelf inhoudelijker dan alleen namen turven.
Laat duo's vooraf zelf twee extra vakjes bedenken die 'iets onthullen wat je niet aan de buitenkant ziet'. Ze denken dan na over welke vragen een gesprek opleveren, en dat is de eigenlijke vaardigheid achter deze werkvorm.
In jouw vak
Engels
Speel de bingo volledig in het Engels ('find someone who has a pet'). De eerste les Engels van het jaar is meteen een spreekles zonder podiumvrees.
Geschiedenis
Vak-kennismakingsvariant: vakjes als 'heeft een museum bezocht deze zomer' of 'weet wie er vóór Willem-Alexander op de troon zat'. Je leert de klas kennen én peilt de voorkennis.
Goed om te weten
Waarom deze werkvorm werkt
Bij kennismakingsbingo krijgt elke leerling een kaart met vakjes als 'heeft een huisdier', 'speelt een instrument' of 'is deze zomer niet op vakantie geweest'. De opdracht: vind voor elk vakje een andere klasgenoot bij wie het klopt en noteer de naam. Wie een rij vol heeft, roept bingo.
Het rendement zit in de structuur: elke leerling voert tien korte, veilige gesprekjes met een concreet doel, ook met klasgenoten die hij nooit uit zichzelf zou aanspreken. Dat is precies wat een voorstelrondje niet voor elkaar krijgt, en het kost je één A4 aan voorbereiding.
Houd de vakjes neutraal: hobby's, voorkeuren, ervaringen. Nooit iets over thuis, geld, geloof of uiterlijk; een bingokaart is geen intakeformulier.
Onderbouw of bovenbouw?
Sterkst in brugklassen en nieuw samengestelde klassen (leerjaar 3, clusterklassen in de bovenbouw). In een klas die al jaren bij elkaar zit voegt hij weinig toe; kies daar een vorm die de diepte in gaat, zoals de gemeenschappelijke deler.
Variaties (2)
- Handtekeningenjacht: zonder rooster, gewoon een lijst van tien uitspraken waar je handtekeningen bij verzamelt. Zelfde effect, nul printwerk.
- Terugkomvariant na een vakantie: vakjes over de afgelopen weken ('heeft iets gesport', 'is in eigen land gebleven'). Werkt ook in een klas die elkaar al kent.
Op jouw schooltype (Tweetalig)
Tweetalig: In tto-klassen is de Engelstalige bingo de standaard voor de eerste week: de doeltaalnorm ('English only') went sneller in een spel dan in een instructie.