Speeddaten in de klas
Twee rijen tegenover elkaar, elke twee minuten schuift één rij door en ligt er een nieuwe gespreksvraag. In een kwartier heeft iedereen zes klasgenoten echt gesproken.
- Voorbereiding:
- Zes tot acht gespreksvragen bedenken, oplopend van luchtig naar persoonlijker.
- Nodig:
- Vragen op het bord of op kaartjes, Timer met geluid
- Lokaal:
- Twee rijen tafels of stoelen tegenover elkaar; in een klein lokaal werkt een binnen- en buitenrij langs het gangpad. Reken op twee minuten ombouwen.
Zo werkt het
- 1
Zet de opstelling klaar en verdeel de klas over een binnenrij en een buitenrij, tegenover elkaar.
- 2
Projecteer per ronde één vraag. Ronde 1 en 2 luchtig ('wat zou je doen met een vrije woensdag?'), daarna persoonlijker ('waar wil je dit jaar beter in worden?').
- 3
Twee minuten per ronde, en spreek de beurtverdeling af: de binnenrij begint, na jouw signaal halverwege is de buitenrij aan het woord. Zo praat niemand de volle twee minuten vol.
- 4
Bel: de buitenrij schuift één plek op, nieuwe vraag op het bord. Vijf tot zes rondes is genoeg.
- 5
Rond af: 'wie heeft iets leuks gehoord over een ander dat hij mag delen?' Even checken bij die ander ('mag ik het vertellen?') hoort bij de werkvorm; zo oefen je meteen sociale omgangsvormen.
Pas aan op jouw niveau
Concrete vragen, rondes van één minuut en strakke beurtsturing: 'binnenrij vertelt eerst, bij mijn klap is de buitenrij'. Gebruik een duidelijk geluidssignaal; in het geroezemoes verdwijnt een roepende docent.
Standaardrondes van twee minuten. Geef halverwege de opdracht om één ding te onthouden van je gesprekspartner; dat houdt de aandacht bij het luisteren in plaats van bij het wachten op de bel.
Voeg een verplichte doorvraag toe: op elke hoofdvraag volgt minimaal één 'waarom' of 'hoe dan'. In de afronding vraag je naar het beste antwoord dat iemand hóórde, niet gaf; dat beloont luisteren.
Laat de laatste twee rondes de leerlingen zelf de vraag bepalen: 'stel de vraag die jij graag zou krijgen'. De kwaliteit van hun vragen vertelt jou meer over de klas dan de antwoorden.
In jouw vak
Frans
Speeddaten als spreekvaardigheidstraining: elke ronde een vraag in het Frans op het niveau van de klas ('Tu habites où?'). Zes gesprekjes van een minuut is meer individuele spreektijd dan een hele klassikale les oplevert.
Economie
Inhoudelijke variant: elke ronde een stelling over geld ('sparen is zinloos bij inflatie'). Leerlingen wisselen zes keer van sparringpartner en horen zes verschillende invalshoeken.
Lichamelijke opvoeding
In de gymzaal zonder tafels: twee cirkels, binnenring en buitenring, lopend op muziek. Stopt de muziek, dan bespreek je de vraag met wie tegenover je staat. Kennismaken en bewegen in één.
Goed om te weten
Waarom deze werkvorm werkt
Speeddaten geeft kennismaken de structuur die het in een pubergroep nodig heeft: korte gesprekjes van twee minuten, één op één, met een vraag die jij aanlevert. Niemand hoeft zelf een openingszin te verzinnen en niemand zit vast aan een gesprek dat niet loopt, want de bel gaat toch.
De opbrengst is moeilijk te evenaren: in vijftien minuten heeft elke leerling zes verschillende klasgenoten gesproken, inclusief de klasgenoten buiten de eigen vriendengroep. Voor jou als mentor of vakdocent is de investering één vragenlijstje en één keer tafels verplaatsen.
Onderbouw of bovenbouw?
Voor brugklassen dé manier om in week één iedereen elkaar te laten spreken. In de bovenbouw werkt hij ook inhoudelijk uitstekend, bijvoorbeeld met profielkeuze- of examenvragen als gespreksstof in het mentoraat.
Variaties (2)
- Mentoraatsvariant halverwege het jaar: vragen over hoe het gaat ('wat is tot nu toe je beste keuze dit jaar?'). Zelfde vorm, verdiepend effect.
- Expert-speeddate als herhaling: iedereen bereidt één begrip voor en legt het in elke ronde opnieuw uit. Na vier rondes is de uitleg aantoonbaar scherper; dat is spaced repetition binnen één lesuur.