Sta op als...
Jij noemt stellingen, en iedereen voor wie het klopt gaat staan. Dertig seconden per ronde, nul voorbereiding, en je peilt en passant de hele klas.
- Voorbereiding:
- Vijf stellingen bedenken; de eerste twee luchtig, de rest richting de les.
- Lokaal:
- Geen aanpassing: iedereen blijft bij zijn eigen tafel.
Zo werkt het
- 1
Kondig kort aan: 'ik noem vijf zinnen; klopt het voor jou, dan ga je staan, zo niet dan blijf je zitten. Er is geen goed of fout.'
- 2
Begin met twee luchtige stellingen: 'sta op als je vanochtend een wekker nodig had', 'sta op als je op de fiets bent gekomen'. Iedereen snapt het spel, niemand loopt risico.
- 3
Schuif naar de lesstof met een stelling waar een misconceptie in zit: 'sta op als je denkt dat zwaardere voorwerpen sneller vallen'.
- 4
Benoem het beeld, niet de personen: 'ik zie de halve klas staan, daar gaan we het vandaag over hebben'. Start direct je instructie vanaf dat punt.
Pas aan op jouw niveau
Concrete, herkenbare stellingen en een hoog tempo: vijf stellingen in twee minuten. Laat leerlingen na de laatste stelling meteen zitten en start de les; uitlopen maakt het rommelig.
Standaardversie met één inhoudelijke stelling meer. Vraag na een verrassende ronde aan één staande en één zittende leerling om in één zin te zeggen waarom.
Bouw de stellingen rond misconcepties uit het hoofdstuk. De verdeling in de klas is je diagnose: bij fifty-fifty weet je precies waar je instructie moet beginnen.
Laat leerlingen aan het eind van de les zelf twee stellingen voor de volgende keer aandragen. Wie een goede misconceptie-stelling kan bedenken, snapt de stof.
In jouw vak
Biologie
'Sta op als je denkt dat een spin een insect is.' De halve klas staat, en jouw les over geleedpotigen heeft meteen een reden.
Economie
'Sta op als je denkt dat lucht een schaars goed is.' Het begrip schaarste leeft direct, inclusief het foute intuïtieve antwoord.
Goed om te weten
Waarom deze werkvorm werkt
'Sta op als je vanochtend brood hebt gegeten.' Simpeler wordt een energizer niet: jij noemt een zin, wie 'ja' is gaat staan, en na drie seconden zit iedereen weer. Vijf stellingen kosten nog geen twee minuten en de hele klas is in beweging geweest.
De kracht zit in de overgang: je begint luchtig en schuift ongemerkt door naar de lesstof. Zo wordt de energizer een peiling van voorkennis of misconcepties, en heb jij een natuurlijke opstap naar je instructie.
Let op de veiligheid: stellingen gaan nooit over prestaties, thuis of geld. 'Sta op als je je huiswerk af hebt' zet leerlingen te kijk; 'sta op als je denkt dat een spin een insect is' doet precies hetzelfde werk zonder slachtoffers.
Onderbouw of bovenbouw?
Werkt van brugklas tot examenklas, omdat de inhoud meegroeit: in leerjaar 1 peil je voorkennis, in een examenklas peil je in dertig seconden wie welk examenonderwerp spannend vindt.
Variaties (2)
- Zit-sta-quiz: gebruik staan en zitten als goed en fout bij korte herhaalvragen. Zelfde beweging, meer retrieval.
- Handen in plaats van staan: in een bomvol lokaal of onrustige klas werkt 'steek je hand op als...' net zo goed en geeft het minder reuring.