Subjonctif in contrast met Indicatif
Frans · 5e jaar Vwo
Subjonctif in contrast met Indicatif: Wanneer kies je welke vorm?
In het Frans maken we onderscheid tussen de indicatif en de subjonctif. Zie de indicatif als de modus van de werkelijkheid: je rapporteert feiten, gebeurtenissen die vaststaan of acties die je zeker weet. De subjonctif gebruik je juist wanneer de focus verschuift naar subjectiviteit. Zodra je jouw persoonlijke mening geeft, een gevoel uitdrukt, een wens formuleert, of twijfelt aan de realiteit van een handeling, is de werkelijkheid vertroebeld door een persoonlijk perspectief. Waar de indicatif een objectieve constatering is, fungeert de subjonctif als de grammatica van de menselijke interpretatie. Vraag je bij elke zin dus af: is dit een onomstotelijk feit of een gekleurde mening?
Vraag 1
Vervoeg de volgende onregelmatige werkwoorden in de subjonctif présent. Let goed op de verschillen in de uitgangen bij de verschillende personen.
Vervoeg het werkwoord faire, savoir, aller (Français).
| subjonctif présent | |
|---|---|
| je | |
| tu | |
| il/elle | |
| nous | |
| vous | |
| ils/elles |
Vraag 2
Onderstreep in de onderstaande zinnen de werkwoordsvorm die in de subjonctief (subjonctif) staat. Geef bij elk gemarkeerd werkwoord kort aan of dit komt door een uitdrukking van wil (wil), emotie (emotie) of twijfel (twijfel).
1. Je veux que tu fasses tes devoirs tout de suite. 2. Il est dommage qu'il soit malade aujourd'hui. 3. Je ne pense pas qu'elle vienne ce soir.
Vraag 3
Kies de juiste vorm van het werkwoord. Let goed op het verschil tussen zekerheid (indicatif) en onzekerheid of subjectiviteit (subjonctif).
Je suis certain que Marc (venir) ce soir.
- A.vienne
- B.vient
- C.viendra
- D.vint
Vraag 4
Kies voor elke zin of je het werkwoord moet vervoegen in de subjonctif of dat het een infinitief blijft. Let goed op het subject van de hoofdzin en de achterliggende emotie of noodzaak.
- Il est nécessaire que vous 1 (finir) ce projet avant demain soir.
- Je souhaite 1 (partir) en vacances le plus tôt possible.
- Bien qu'il 1 (avoir) beaucoup de travail, il accepte de nous aider.
- Nous espérons 1 (pouvoir) vous accueillir cette semaine.
Vraag 5
Bekijk de onderstaande uitdrukkingen en zinsstructuren. Bepaal of deze in het Frans standaard de indicatif of de subjonctif uitlokken. Plaats een kruisje in de juiste kolom.
| Uitdrukking | Indicatif | Subjonctif |
|---|---|---|
| Il est certain que... | ||
| Il est nécessaire que... | ||
| Je pense que... | ||
| Bien que... | ||
| Il est vrai que... |
Vraag 6
Vertaal de onderstaande zinnen naar het Frans. Let bij elke zin goed op of je de indicatif of de subjonctif moet gebruiken. Denk hierbij aan de invloed van de hoofdzin (zoals twijfel, emotie of noodzaak) op de bijzin.
1. Ik twijfel of hij naar het feest komt. 2. Het is noodzakelijk dat wij op tijd vertrekken.
Vraag 7
Zet de onderdelen in de juiste volgorde om een correcte Franse zin te vormen. Let hierbij op het gebruik van de subjonctif na een uitdrukking die noodzaak of emotie aangeeft.
Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:
| ce soir. | |
| tu | |
| que | |
| fasses | |
| Il est important | |
| tes devoirs |
Vraag 8
Schrijf een alinea van ongeveer 5 à 10 zinnen waarin je vertelt over je plannen en dromen voor na het vwo. Gebruik in deze tekst minimaal drie verschillende vormen van de subjonctif. Denk bijvoorbeeld aan het uitdrukken van wensen, twijfel, of noodzaak over je toekomstudie of reizen.