Ga naar inhoud

Het landschap van de Nederlandse rivieren4 vmbo-t

Zet je leerlingen aan het werk met deze 8 vragen over het Nederlandse rivierlandschap voor 4 vmbo-t. Dit aardrijkskunde-materiaal helpt je tijd te besparen: print het direct uit of pas de open vragen en opdrachten in de tabel naar eigen inzicht aan.

Werkblad

Het landschap van de Nederlandse rivieren

Aardrijkskunde · 4e jaar Vmbo-t

Kracht van stromend water: Hoe rivieren het landschap vormen

Nederland is eeuwenlang gevormd door de rivieren die door ons land stromen. Vooral de Rijn en de Maas hebben met hun constante aanvoer van zand, grind en klei het landschap laag voor laag opgebouwd. Deze sedimenten (afzettingen) vormen de vruchtbare bodem waar we nu op wonen en werken. Zonder de voortdurende invloed van het stromende water zou ons land er totaal anders uit hebben gezien, en zouden veel van onze huidige steden en landbouwgronden waarschijnlijk niet eens bestaan.

Vraag 1

Bekijk het verloop van een rivier van de bron naar de zee. Welke uitspraak over de processen in een rivier is juist?

  • A.In de bovenloop stroomt het water erg langzaam, waardoor de rivier hier vooral veel zand en klei neerlegt.
  • B.In de bovenloop is de stroomsnelheid hoog, waardoor de rivier hier vooral erosie (uitslijting) veroorzaakt.
  • C.In de benedenloop stroomt het water erg snel, waardoor de rivier hier diepe ravijnen uitslijpt.
  • D.Het transport van sediment (zand en steentjes) vindt alleen plaats in de benedenloop, bij de monding in zee.

Vraag 2

Vul de juiste begrippen in op de open plaatsen. Kies uit: verval, erosie, sedimentatie, stroomsnelheid.

1. In het bovenloop van een rivier is het   1   groot, waardoor het water een hoge   2   heeft en de rivier materiaal afbreekt door   3  . 2. In de benedenloop stroomt de rivier rustiger, waardoor er   4   plaatsvindt en de rivier materiaal laat liggen.

Vraag 3

Zet de stappen voor het ontstaan van een natuurlijke oeverwal in de juiste volgorde, beginnend bij de situatie dat de rivier buiten haar oevers treedt.

Zet in de juiste volgorde door 1, 2 of 3 in te vullen:

De grovere sedimenten, zoals zand, bezinken vlak langs de rivieroevers.
Er ontstaat een verhoogde strook land langs de oever, ook wel een oeverwal genoemd.
De stroomsnelheid van het water neemt direct af zodra het water de bedding verlaat.
De rivier treedt buiten haar bedding tijdens een periode met een hoge waterstand.

Vraag 4

Rivieren veranderen door natuurlijke processen, maar de mens grijpt ook vaak in om het landschap naar zijn hand te zetten. Sorteer de onderstaande begrippen in de juiste categorie: gaan ze over de natuurlijke vorming van de rivier of zijn het door de mens aangelegde werken?

Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.

Categorieën
1Natuurlijke rivierkenmerken
2Menselijke ingrepen
Meander
Kribben
Dijk
Uiterwaarden
Stuw
Stroomgeul

Vraag 5

Rivieren veranderen hun gedrag naarmate ze van de bron naar de zee stromen. Vul de tabel in met de juiste kenmerken voor elke loop van de rivier. Kies uit: 'hoge stroomsnelheid', 'lage stroomsnelheid', 'erosie (uitslijten)', 'sedimentatie (afzetting)', 'smalle en diepe rivier', 'brede en ondiepe rivier'.

KenmerkBovenloopMiddenloopBenedenloop
Stroomsnelheid
Rivierbedding
Hoofdproces

Vraag 6

Rivierbeheer is belangrijk om ons land te beschermen tegen overstromingen. Verbind de verschillende onderdelen van het rivierlandschap aan de juiste functie die zij hebben voor de waterhuishouding.

BegripDefinitie (in willekeurige volgorde)
KribbenZorgen dat de stroomgeul van de rivier diep blijft en de rivier in het midden blijft stromen.
UiterwaardenHet totale gebied tussen de twee dijken, inclusief de rivier en de uiterwaarden.
DijkenDienen als tijdelijke extra ruimte waar de rivier veilig buiten haar oevers kan treden bij hoogwater.
WinterbedVormen de vaste begrenzing die ervoor zorgt dat het water niet tot in de bewoonde gebieden komt.

Vraag 7

Bij het project 'Ruimte voor de rivier' wordt de rivier soms extra buiten de oevers gelaten door dijken te verleggen of uiterwaarden uit te diepen. Leg uit hoe dit de natuurlijke sedimentatie (het neerleggen van slib en zand) door de rivier verandert wanneer het water buiten de bedding treedt.

Vraag 8

Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel en vallen er in de winter meer neerslaghoeveelheden in het stroomgebied van onze rivieren. Leg uit wat dit betekent voor de kans op overstromingen in de Nederlandse riviergebieden. Gebruik in je antwoord de begrippen 'afvoer' en 'rivierbedding'.

Dit werkblad, mét antwoorden, in je eigen omgeving

Maak een gratis account en dit werkblad staat direct voor je klaar: antwoordmodel erbij, elke vraag aanpasbaar en te downloaden als Word of PDF.

Meer werkbladen aardrijkskunde

FAQ

Vragen over de werkbladen

Ja. Alle openbare werkbladen zijn gratis te gebruiken in je les. Wil je het werkblad downloaden als Word of PDF, of de antwoorden bekijken, dan maak je een gratis LesLoket-account aan.