Verbeter het foute voorbeeld
Je deelt een uitgewerkt antwoord uit dat vol fouten zit; tweetallen sporen ze op en verbeteren ze. Nakijken op docentniveau, en precies daar zit het leereffect.
- Voorbereiding:
- Eén uitgewerkt fout voorbeeld maken met 3 tot 5 bewust geplaatste, realistische fouten. Eenmalig werk, jaren herbruikbaar.
- Nodig:
- Het foute voorbeeld, geprint per duo of op het digibord
- Lokaal:
- Geen aanpassing: tweetallen met de buur.
Zo werkt het
- 1
Introduceer het werk zonder de fouten te overdrijven: 'dit is een uitwerking zoals ik ze vaak zie. Er zit een aantal fouten in. Vind ze, onderstreep ze en zet de verbetering ernaast.'
- 2
Tweetallen werken 6 tot 8 minuten. Spreek de beurtverdeling af: om de beurt wijst een leerling iets aan dat hem opvalt, de ander reageert voordat er gestreept wordt.
- 3
Inventariseer klassikaal van makkelijk naar gemeen: 'welke fout vond je het eerst? En welke is het sluwst verstopt?'.
- 4
Zet de verbeterde versie samen op het bord en benoem per fout het patroon erachter: 'dit is niet één slordigheid, dit is dé klassieke fout bij dit type opgave'.
- 5
Sluit af met de transfer naar hun eigen werk: 'dit rijtje fouten is je checklist bij de toets; loop je eigen uitwerking er straks precies zo langs.'
Pas aan op jouw niveau
Zeg vooraf hoeveel fouten er zijn én van welke soort ('3 rekenfouten, 1 vergeten eenheid'). Het zoeken wordt dan afvinkbaar, en de beurtsturing in het duo (om de beurt aanwijzen) houdt beide leerlingen aan het werk.
Noem alleen het aantal fouten. De soort zelf ontdekken is de eerste verdiepingsstap.
Aantal en soort blijven onbekend. Duo's moeten per gevonden fout ook opschrijven wat de maker waarschijnlijk dácht; wie de denkfout kan navertellen, maakt hem zelf minder snel.
Draai de werkvorm daarna om: laat duo's zélf een fout voorbeeld ontwerpen met daarin de misconceptie die zij het gevaarlijkst vinden, en wissel met een ander duo. Een goede fout ontwerpen kan alleen wie de stof én de valkuilen doorziet.
In jouw vak
Wiskunde
Een uitgewerkte vergelijking met een tekenfout, een te vroeg afgeronde tussenstap en een vergeten tweede oplossing. Drie fouten die samen tachtig procent van je nakijkwerk verklaren.
Nederlands
Een formele brief met spelfouten, een verkeerde aanhef en twee zinnen in spreektaal. Het register-gesprek voert zichzelf zodra leerlingen de spreektaal moeten aanwijzen.
Scheikunde
Een reactievergelijking die niet kloppend is gemaakt plus een molberekening met verwisselde grootheden. Laat duo's eerst bepalen wélke van de twee fouten de uitkomst het meest verstoort.
Goed om te weten
Waarom deze werkvorm werkt
Zelf een som maken is één ding; de fouten vinden in andermans uitwerking is een hogere denkorde. Bij deze werkvorm krijgen tweetallen een uitgewerkt antwoord dat er op het eerste gezicht prima uitziet, maar fouten bevat die jij er bewust in stopte: de klassieke denkfouten van jouw vak.
Het rendement is dubbel. Leerlingen die fouten leren herkennen, herkennen ze daarna ook in hun eigen werk; en jij bespreekt de hardnekkigste misconcepties van het hoofdstuk zonder dat er een echte leerling aan de schandpaal staat, want het foute werk is van 'niemand'. Gebruik nooit herkenbaar werk uit de klas zelf.
De voorbereiding (één fout voorbeeld maken) kost je tien minuten en gaat jaren mee. Neem de fouten die je elk jaar op toetsen ziet; die lijst heb je in je hoofd zitten.
Onderbouw of bovenbouw?
Vanaf leerjaar 1 inzetbaar met korte voorbeelden. In examenklassen is dit goud: laat ze een uitwerking nakijken mét het officiële correctievoorschrift ernaast, en ze leren in één les hoe een examinator naar hun werk kijkt.
Variaties (2)
- Examenversie: een (deels) foute uitwerking van een oude examenvraag nakijken met het correctievoorschrift erbij, inclusief puntenverdeling. 'Hoeveel punten krijgt dit werk?' is de vraag die examenklassen wakker maakt.
- Groeivariant: gebruik hetzelfde foute voorbeeld aan het begin en het eind van het hoofdstuk. Het verschil in wat leerlingen vinden, is voor hen zichtbaar bewijs van hun eigen vooruitgang.