Engelse werkwoordstijden: Present en Past
Engels · 3e jaar Vmbo-g
Checker: Engelse werkwoordstijden
Om goed Engels te spreken en schrijven, moet je weten welke tijd je gebruikt. We kijken naar de drie basisvormen: de tegenwoordige tijd (present simple), de verleden tijd (past simple) en de voltooide tijd (present perfect). Twijfel je over welke tijd je moet kiezen? Let dan altijd op de 'signaalwoorden' in de zin. Woorden als 'yesterday' of 'last week' vertellen je direct dat je in het verleden zit, terwijl 'already' of 'never' vaak aangeven dat je de voltooide tijd nodig hebt. Leer deze woorden goed herkennen, dan maak je veel minder snel fouten!
Vraag 1
Vervoeg het werkwoord 'to work' in de tegenwoordige tijd (present simple). Vul in de tabel in wat op de lege plekken hoort.
Vervoeg het werkwoord to work (English).
| present simple | |
|---|---|
| I | |
| you | |
| he/she/it | |
| we | |
| you | |
| they |
Vraag 2
Vul de juiste vorm van het werkwoord 'to be' (am, is, are, was, were) in op de plekken waar je een sterretje ziet staan. Kijk goed naar de tijd (verleden of tegenwoordig) en het onderwerp.
1. She 1 a famous singer right now.
2. We 1 at the cinema yesterday evening.
3. They 1 my best friends.
4. I 1 happy with my exam results last week.
Vraag 3
Kies de juiste vorm van het werkwoord in de zin hieronder: "He __________ to the gym every Monday evening."
- A.goes
- B.is going
- C.go
- D.went
Vraag 4
Kies de juiste vorm van het werkwoord voor de zin hieronder:
Last summer, we ________ to London to visit my grandmother.
- A.go
- B.went
- C.goed
- D.gone
Vraag 5
Welk signaalwoord hoort bij welke Engelse tijd? Sleep het signaalwoord naar de juiste werkwoordtijd.
| Begrip | Definitie (in willekeurige volgorde) |
|---|---|
| Present Simple | last week / yesterday |
| Present Continuous | at the moment / now |
| Past Simple | usually / every day |
| Present Perfect | already / just / since |
Vraag 6
Lees de onderstaande zinnen zorgvuldig door. Bepaal bij elke zin of het werkwoord in de actuele tijdsgeest (Present) of in de afgesloten tijdsgeest (Past) staat. Sleep de zin naar de juiste categorie.
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Simple Present (Tussentijdse of dagelijkse actie) |
| 2 | Simple Past (Afgesloten situatie in het verleden) |
| He plays football every Saturday afternoon. | |
| She visited her grandmother last summer. | |
| I drink a glass of milk before I go to sleep. | |
| They watched an exciting movie yesterday. | |
| My father often works in the garden. | |
| We walked to school because the bus was late. |
Vraag 7
Lees de onderstaande tekst door. Onderstreep alle werkwoorden. Schrijf daarna in de kantlijn of het om een 'Present Simple', 'Past Simple' of 'Present Perfect' gaat.
Yesterday, Sam walked to the park. He usually visits the park every day, but he has finished his homework early today.
Vraag 8
Vertaal de onderstaande zinnen naar het Engels. Let bij je vertaling goed op het gebruik van de juiste tijd (Present Simple vs. Present Continuous).
1. Ik speel elke zaterdag voetbal. 2. Hij kijkt nu naar een film. 3. Waarom praat zij op dit moment niet met hem?
Vraag 9
Schrijf twee zinnen over wat je gisteren na schooltijd hebt gedaan in de 'past simple'. Schrijf daarna twee zinnen over wat je op dit precieze moment aan het doen bent in de 'present continuous'.
Vraag 10
Bekijk de zin: "I always go to school."
Leg uit waarom de present simple wordt gebruikt in deze zin. Waarom is de present continuous (zoals "I am going") hier niet de juiste keuze?