Aan de slag met het Break-evenpunt
Bedrijfseconomie · 5e jaar Havo
Oefenen met Break-even Analyse: Winst en Verlies berekenen
Stel je voor dat je een eigen bedrijf hebt. Om je product te verkopen, maak je eerst kosten, zoals de huur van een winkelpand en de inkoop van voorraad. Alles wat je verdient met de verkoop van je producten is je omzet. Op het moment dat je omzet precies gelijk is aan je totale kosten, draai je geen winst, maar je maakt ook geen verlies. Dit specifieke omslagpunt noemen we het break-evenpunt. Wiskundig gezien zoek je dan naar het punt waar de formule voor de opbrengst, , gelijk is aan de formule voor de totale kosten, .
Vraag 1
Hieronder zie je een lijst met uitgaven van lunchroom 'De Broodjeszaak'. Sorteer deze kosten in de juiste categorie: zijn ze constant (altijd hetzelfde bedrag) of variabel (afhankelijk van hoeveel broodjes je verkoopt)?
Schrijf het nummer van de categorie in het vakje voor het woord.
| 1 | Constante kosten |
| 2 | Variabele kosten |
| Huur van het pand | |
| Inkoop van beleg | |
| Verzekeringspremie | |
| Verpakkingsmateriaal | |
| Afschrijvingskosten van de keukenapparatuur | |
| Elektriciteitsverbruik voor de bakoven |
Vraag 2
Een bedrijf produceert luxe notitieboekjes. De vaste kosten voor deze productie bedragen € 15.000 per jaar. De verkoopprijs per notitieboekje is € 25,00 en de variabele kosten per product bedragen € 10,00. Bereken het break-evenpunt in aantallen producten. Gebruik de formule: Aantal = \frac{Totale \ vaste \ kosten}{Verkoopprijs - Variabele \ kosten \ per \ product.
Vraag 3
Een bedrijf maakt handgemaakte notitieblokken. De constante kosten zijn € 2.400 per maand. De verkoopprijs per notitieblok is € 15,00 en de variabele kosten per stuk zijn € 9,00. Bereken de break-evenomzet in euro's.
Vraag 4
Stel dat een bedrijf de verkoopprijs van een product gelijk houdt, maar de variabele kosten per eenheid stijgen. Wat gebeurt er dan met het break-evenpunt?
- A.Het break-evenpunt stijgt, omdat de dekkingsbijdrage per eenheid lager wordt.
- B.Het break-evenpunt daalt, omdat het verschil tussen de verkoopprijs en de variabele kosten groter wordt.
- C.Het break-evenpunt blijft gelijk, omdat de vaste kosten niet veranderen.
- D.Het break-evenpunt stijgt, omdat de vaste kosten per eenheid lager worden.
Vraag 5
Stel dat een bedrijf de verkoopprijs van haar product verhoogt met %, terwijl de variabele inkoopkosten per eenheid gelijk blijven. Analyseer of deze prijsverhoging altijd leidt tot een hogere winst per product én een toename in de totale winst.
Geef in je antwoord aan waarom de verkoopafdeling wellicht twijfelt over deze prijsverhoging.
Vraag 6
Stel dat een ondernemer nieuwe machines koopt waardoor de vaste kosten per jaar stijgen. Wat gebeurt er grafisch met het break-evenpunt in een TO/TK-diagram (totale opbrengsten en totale kosten)? Leg uit wat dit betekent voor de noodzakelijke afzet om winst te maken en evalueer de impact van deze stijging voor de ondernemer op de lange termijn.